Archief

04-08-2022
Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Op 1 augustus 2022 is de Wet implementatie … lees meer

04-08-2022
Vijfjaarstermijn samenwonen voor partnervrijstelling erfbelasting

De Successiewet kent de volgende partnerregeling … lees meer

04-08-2022
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens weigering bezoek aan bedrijfsarts

De kantonrechter heeft een verzoek tot ontbinding … lees meer

04-08-2022
Aanvulling op Besluit rechtsherstel box 3

De staatssecretaris van FinanciËn heeft een … lees meer

28-07-2022
Voorstel Wet vermogensbelasting 2024

Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad … lees meer

28-07-2022
Wetsvoorstel bevriezen eigen risico zorgverzekering

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel om het … lees meer

28-07-2022
Rekenmodel rechtsherstel box 3

De Belastingdienst heeft een rekenmodel op de … lees meer

28-07-2022
Openstelling saneringsregeling visserij

De minister van LNV heeft een saneringsregeling … lees meer

21-07-2022
Leegwaarderatio voor verhuurde woningen wordt niet afgeschaft maar aangepast

Zowel in box 3 van de inkomstenbelasting als in de … lees meer

21-07-2022
Herzieningsregeling geldt niet voor herstel verzuimde aftrek voorbelasting

Een ondernemer mag de omzetbelasting, die door … lees meer

21-07-2022
Oordeel kabinet over wetsvoorstel voorwaardelijke eindafrekening bij grensoverschrijdende zetelverplaatsing

Bij de Tweede Kamer is een initiatiefwetsvoorstel … lees meer

14-07-2022
Conclusie A-G over toepassing eigenwoningregeling bij gedeeltelijke eigendom

De eigenwoningregeling in de inkomstenbelasting is … lees meer

14-07-2022
Verschil in behandeling van een- en tweeverdieners

Het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden als … lees meer

14-07-2022
Scenario’s herstel niet-bezwaarmakers box 3

De staatssecretaris van FinanciËn heeft in een … lees meer

07-07-2022
Coronapandemie geen reden voor verlenging redelijke termijn

Wanneer de redelijke termijn voor de behandeling … lees meer

07-07-2022
Wetsvoorstel aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten aangenomen

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aanpassing … lees meer

07-07-2022
Regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten

In een brief aan de Tweede Kamer heeft de minister … lees meer

07-07-2022
Geen pardonregeling omzetting kapitaalverzekeringen

Met ingang van 1 januari 2013 is het voor nieuwe … lees meer

07-07-2022
Beleidsbesluit vormgeving rechtsherstel box 3

De staatssecretaris van FinanciËn heeft het … lees meer

30-06-2022
Subsidieregeling SLIM gewijzigd per 1 juni 2022

De subsidieregeling SLIM (stimuleringsregeling … lees meer

Meer nieuws

Nieuws

05-01-2022
Hoge Raad niet eens met box-3-heffing

Over de belastingheffing in box 3 worden al jaren procedures gevoerd. Het aantal ingediende bezwaarschriften is jaarlijks dermate groot, dat de staatssecretaris van Financiën de bezwaren aanmerkt als massaal bezwaar. Over de rechtsvragen van de massaalbezwaarprocedure worden enkele procedures gevoerd. De uitkomsten daarvan gelden voor alle bezwaarschriften die onder het massaal bezwaar vallen. De Hoge Raad heeft in een van deze procedures geoordeeld dat de belastingheffing in box 3 volgens het huidige systeem niet door de beugel kan.

Het systeem van belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting ging in de jaren 2001 tot en met 2016 uit van een vast rendement over het vermogen van 4%. De wetgever meende dat dit rendement voor een vermogensbezitter haalbaar was.
Met ingang van 2017 geldt een ander systeem, omdat inmiddels was gebleken dat het veronderstelde rendement van 4% niet zonder meer haalbaar was. In de nieuwe systematiek worden voor spaargeld en voor het overige vermogen jaarlijks gemiddelde rendementscijfer vastgesteld. Deze gemiddelde rendementen zijn gebaseerd op gegevens van voorgaande jaren.
De wet gaat uit van een bepaalde verdeling van het vermogen over spaargeld en andere beleggingen, afhankelijk van de omvang van het totale vermogen in box 3. De wet kent drie verschillende vermogensmixen. Kleine vermogens worden verondersteld voor 2/3 te bestaan uit spaargeld en voor 1/3 uit overig vermogen. In de tweede vermogensschijf veronderstelt de wetgever dat het spaardeel 21% bedraagt en het overige vermogen 79%. Voor de derde vermogensschijf is de verdeling 100% overig vermogen en 0% spaargeld.

De procedure bij de Hoge Raad betrof een belastingplichtige met een in de jaren 2017 en 2018 van de wettelijke verdeling sterk afwijkende vermogensmix. Het merendeel van het vermogen bestond uit spaargeld, waar de wet uitgaat van hoofdzakelijk beleggingen. De geheven belasting in box 3 overschreed het behaalde rendement ruimschoots. Volgens de Hoge Raad is de wettelijke vermogensmix in strijd met het recht op ongestoord bezit van eigendom en met het gelijkheidsbeginsel. De wettelijke regeling houdt geen rekening met de eigen keuze van een belastingplichtige voor de belegging van zijn vermogen. De Hoge Raad heeft zelf voorzien in het geconstateerde rechtstekort. Opmerkelijk is dat de Hoge Raad dat heeft gedaan door de werkelijk behaalde rendementen op sparen en beleggen van de individuele belastingplichtige in de heffing te betrekken. Uitgaan van de werkelijke vermogensverdeling en de door de wetgever vastgestelde rendementen zou ook een mogelijkheid zijn geweest.

Voor wie niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de aan hem opgelegde aanslagen inkomstenbelasting in box 3 over de jaren 2017 en 2018 kan wellicht via een verzoek om ambtshalve vermindering zijn voordeel doen met deze uitspraak.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR20211963, 21/01243 | 23-12-2021

Terug

Inloggen